‘Fausto Coppi: Il Campionissimo’ luidt een groot spandoek in het midden van Piazza Venezia. Ik zag het in een flits toen ik er zaterdag met de bus passeerde. Daar moet ik het fijne van weten dacht ik meteen. Dus zondagnamiddag op mijn gemakje opnieuw de bus genomen en deze keer afgestapt vlak voor Piazza Venezia. Onder het spandoek stond ‘mostra (tentoonstelling) di Fausto Coppi, ingresso gratuito’. ‘Bellissimo’, dacht ik. 
Terwijl ik de vele trappen naar boven opliep, vroeg ik mij af: “Wat weet ik nu ik eigenlijk allemaal over hem?” Coppi e Bartali sì, maar ik moest meteen denken aan een verhaal van mijn oma. Op de boerderij van mijn grootouders was er vroeger een enorm grote stier, bekend in heel het dorp. Zijn naam was Coppi. Wel, als een stier in Schalkhoven de naam Coppi krijgt, dan moet deze Italiaanse renner toch behoorlijk wat indruk gemaakt hebben. En dat bleek ook.
Dat werd ook vrij duidelijk toen ik zijn erelijst van nabij bekeek. Vijf goedgevulde kolommen met zijn ‘grande vittorie’. Vijf keer de Giro, vijf keer Lombardije, twee keer de Tour, vijf keer Italiaans kampioen, een keer wereldkampioen, het werelduurrecord in 1942, twee keer Milaan Sanremo, Parijs-Roubaix en dan nog vele andere klassiekers die vandaag helaas niet langer op de kalender staan. Dan hoef ik er nog niet bij te vertellen dat zonder de tweede wereldoorlog de erelijst van Fausto Coppi nog rijker gevuld zou zijn.
De tentoonstelling begon met een lange documentaire over het leven van Fausto Coppi. In het Italiaans, maar wel de moeite waard om volledig te bekijken. Als coureur was Coppi een Flandrien. Vlammen van bij de start en alles geven. Zonneschijn of stortregen, cols of kasseien, Coppi won overal. Zowel Parijs-Roubaix als Lombardrije, zowel de Trofeo Baracchi als de Ronde van Frankrijk.
Als persoon was Coppi een nogal introverte man. Niet echt zelfzeker of flamboyant. In de tentoonstelling gebruikte men zelfs het woord ‘un uomo triste’. Coppi was een gewone jongen. Getrouwd, kinderen, maar vooral zot van de fiets.
Verderop in de tentoonstelling zijn er verschillende hoofdstukken uit het leven en de carrière van Coppi. Bijvoorbeeld zijn eerste Giro-zege in 1940, het werelduurrecord in 1942, de rivaliteit met Bartali, zijn dood… Elk thema bestond uit verschillende foto’s, krantenknipsels, memorabilia, en een woordje uitleg. Vaak kon je ook citaten van journalisten lezen. Eentje uit de Giro van 1949 luidt: ‘Un uomo solo al commando,, la sua maglia è biancoceleste, il suo nome è Fausto Coppi.’ (Een man alleen aan de leiding, zijn trui blauw-wit, zijn naam Fausto Coppi)
Er waren ook veel voorwerpen overgebracht vanuit het Coppi-museum in Novi Ligure. Pronkstukken zoals de maglia rosa uit de Giro 1940, le maillot jaune, de regenboogtrui, drie authentieke Bianchi-fietsen met drinkbus en zelf het plakkaatje met zijn nummer,…
Toch was er nog een ander deel van de tentoonstelling dat het meeste indruk op mij maakte. Een groot bord met daarop 35 nummers. Ieder nummer had een speciale betekenis in het leven of de carrière van Coppi. 3041 stond bijvoorbeeld voor het aantal kilometers dat hij alleen in de aanval reed in wedstrijden die hij ook won. 192 kilometer, de lengte van zijn langste solo. 14 minuten, zijn maximale voorsprong waarmee hij een wedstrijd won. 179, het aantal keer dat hij voor zijn grote rivaal Gino Bartali eindigde in een wedstrijd.
In zijn vrije tijd ging Fausto graag jagen op wild. Helaas voor hem werd deze hobby hem ook fataal. Op jacht in Afrika liep hij een mysterieus virus op. Terug in Italië ging het van kwaad naar erger en op 2 januari 1960 sterft hij in zijn bed. Coppi è morto, en dat op slechts 40-jarige leeftijd.
Naast talloze krantenknipsels en rouwbrieven, is er ook een video van zijn begrafenis. Zo zie je hoe een enorme massa afscheid neemt van Il Campionissimo.


