Wie de voorbije Giro d’Italia heeft gevolgd kan niet anders dan toegeven dat het spektakel regende, letterlijk en figuurlijk. Waaiers, valpartijen, strade bianche, sneeuw, overstromingen, klimmen aan 24%, .. Het was er allemaal.
Ik heb net zoals vele anderen drie weken lang genoten van de koers. Tot mijn verbazing, of toch weer niet, kreeg organisator Angelo Zomegnan veel kritiek over zich heen. “Te zwaar deze Giro, het werkt de doping in de hand”, aldus de critici.
Start in de USA
Wel, zelf al kijk je deze Giro door een roze bril, het was inderdaad niet perfect. De start in Amsterdam bijvoorbeeld. Meer dan duizend kilometer verwijderd van Italiaanse bodem. Na amper drie dagen moesten de renners al rusten in Italië, om nadien aan een slopend vervolg te beginnen. Binnen twee jaar wil de Giro zelfs starten in de Verenigde Staten. Het blijft een bizarre keuze, maar dat is dan een teken van de internationalisering zeker? En ook die zes opeenvolgende etappes over de tweehonderd kilometer.. Die waren toch iets te veel van het goede. Maar dan houdt mijn betoog met kritiek dan ook op.
Ondanks deze pijnpunten ga ik niet mee in dat dopingverhaal dat velen verkondigden na afloop van deze Giro vol spektakel. Ik geloof niet dat onschuldige renners zich gaan doperen omdat ze de ‘o-zo-zware’ Giro 2010 moeten rijden.
De Ronde van 1985
En ja de Giro had het nodige klimwerk, maar het lijkt alsof sommige critici zich verkijken op het spektakel. Er was enorm veel regen en het parcours was zeer variërend. Bij momenten goot het hele etappes lang. Ook tijdens de etappe over de grindwegen naar Montalcino toverde de regen het landschap om in een modderpoel. Dat maakt de koers dan inderdaad zwaarder, maar de Ronde van Vlaanderen werd in 1985 toch ook niet ingekort omdat het oude wijven regende. Vraag dat maar aan Eric Vanderaerden die er misschien wel de mooiste Ronde ooit won. Dat er toen maar 24 renners uitreden vind ik net een pluim op de hoed van Vanderaerden.
Over de ‘schandalige’ strade bianche dan. In 1988 reed het peloton ook over de ‘te zware’ Gavia tussen sneeuwmuren. Toen gebeurde dat in vriestemperaturen …maar dan en nog wel over sterrato, onverharde weg. Coppi en Bartali reden bijna de hele Giro over sterrato, elke col was een ware kalvarietocht. Ritten van over de driehonderd kilometer waren schering en inslag.
Floyd Landis
En Tom Boonen hoor ik nu al klagen over de kassien in de Tour, terwijl Briek Schotte in zijn tijd in bijna elke Touretappe kasseien voor de kiezen geschoven kreeg. Niet dat ik de koers van vandaag wil vergelijken met vroeger, maar wie het dopinggebruik enkel wil steken op ‘te zware’ rondes, kijkt iets te kort door de bocht.
Ik zou me moeilijk kunnen voorstellen dat renners als een Francis De Greef of een Nico Sijmens zich om die redenen zouden dopeerden. Francis en Nico zijn trouwens twee willekeurige Belgen die deze Giro uitreden.
Renners die zich doperen, doen dat volgens mij voor de roem. Ze bedriegen om te kunnen winnen, zo simpel is dat. Floyd Landis dopeerde zich om de Tour van 2006 te winnen. Of dacht u dat hij dat deed omdat ze in dat jaar net over Alpe d’Huez moesten? De reden voor zijn doping gaat veel verder dan het parcours alleen. En wie dat niet gelooft kijkt wel heel kort door de bocht en is wel zeer optimistisch over de huidige staat van doping in het wielrennen.
Kijk maar naar de top tien van de voorbije grote rondes, daar zitten overal gaten tussen, eender welke ronde. Het is niet omdat het een ‘minder zware’ ronde was dat er daarom minder gedopeerd werd. Neem nu de Giro van 2008 als voorbeeld, de ronde waar Jurgen Vand den Broeck zevende werd. Volgende renners uit die top tien hebben een dopingverleden: Ricco (2), Bruseghin (3), Pelizotti (4), Sella (6) en Di Luca (8). Dan laat ik Denis Menchov (5) nog buiten beswhouwing, net zoals Gilberto Simoni (10). Nooit officieel betrapt, geen commentaar voor de rest.
Wie doping wil nemen, zal dat nemen ongeacht de zwaarte van het parcours. Doping is er altijd al geweest, in welke vorm dan ook. Ja: Ivan Basso en Alexander Vinokourov , maar evenzeer Fausto Coppi en Jaques Anquetil. En tussendoor zijn er nog genoeg anderen.
Fuentes en Valverde
Als het dan toch over doping moet gaan, laat ik de kritieken op deze mooie Giro liever links liggen en zou ik graag eens analyses lezen over de reukjes die boven het UCI-hoofdkwartier hangen. Of over de grote Fuentes-doofpot in Spanje, de motoren in het peloton of de reden waarom Valverde nu pas geschorst wordt en zijn zeges van 2009 mag behouden. Helaas verscheen het nieuws over Valverde pas als het derde nieuwsitem in het VRT-sportjournaal, een doorlezer van dertig seconden. Blijkbaar niet zo belangrijk of beter, niet zo belangwekkend als ik dacht.
Ik zeg niet dat deze Giro clean was. Ik steek voor niemand mijn hand in het vuur, maar zoals ik al zei heeft dat weinig met het parcours te maken. De Giro was gewoonweg genieten. En aan al degenen die deze Giro afschuwelijk vonden kan ik enkel maar afvragen: “ Wanneer hebt u dan voor het laatst nog eens van de koers kunnen genieten?”
En voor wie het spektakel toch gemist heeft, drie weken spektakel en wisselende wendingen in een notendop. Dit was de Giro d’Italia anno 2010:
De Ronde van Italië startte ver weg van de laars. Bradley Wiggins vloog in Amsterdam naar de proloogzege, maar een valpartij deed zijn roze droom uit elkaar spatten. Topfavoriet Cadel Evans kwam zo al snel in het roze, maar die moest het dan weer afstaan in de dolle waaierrit naar Middelburg, gewonnen door Wouter Weylandt. Ook Vinokourov mocht niet lang genieten van het roze goedje. Liquigas domineerde een eerste keer in de ploegentijdrit en schaduwkopman Nibali mocht het roze rond de schouders trekken. Maar toen Evans de legendarische sterrato-rit naar Montalcino won, leek een strijd tussen Evans en Vinokourov onvermijdbaar.
L’Aquila werd na de aardbeving nog eens opgeschrikt door een nieuwe schok. David Arroyo en Ritchie Porte gooiden zich op het voorplan na een monstervlucht, gesmaakt door Jan Bakelants. De favorieten waren op achterstand aangewezen en moesten aanvallen met nog heel wat klimwerk in het verschiet. En zo geschiedde. De Monte Grappa maakte komaf met de droom van Porte, die wel de jongerentrui nog kon veiligstellen. De monsterlijke Monte Zoncolan deed Basso en Scarponi herrijzen, maar Arroyo brak niet en zat nog stevig in het roze.
Ook de tijdrit over de steile grindwegen naar de Kronplatz gaf nog geen duidelijk eindbeeld. De Mortirolo deed dat uiteindelijk wel. Evans brak, van Vino was al even geen sprake meer. Arroyo plooide, kwam terug, maar moest finaal toch zijn meerdere erkennen in Ivan ‘de verschrikkelijke’ Basso. Vier jaar na zijn vorige triomftocht, mocht hij de arena van Verona binnenrijden als de drager van de maglia rosa. Zijn verleden buiten beschouwing gelaten, is hij en niemand anders de terecht winnaar van de 93ste Giro d’Italia. Een Giro, die als je het mij vraagt, gerust naast de Ronde van Frankrijk mag staan op basis van de strijd, spanning en vooral spektakel.


